In januari interviewde ik Dries van Agt. Vanwege zijn biografie ‘Tour de Force’ had het literaire café in Geldrop hem uitgenodigd, maar ook omdat hij daar in 1931 was geboren. Ik was vereerd toen men mij vroeg en zei onmiddellijk ‘ja’. Toen echter de datum naderde, kropen er andere gedachten mijn hoofd binnen. Ik had niet zoveel, of eigenlijk niets, met deze oud-minister president en minister van justitie. Mijn associaties waren eigenwijs, drammer, sluiter van abortusklinieken en een wel erg fanatieke Palestina aanhanger.
In zijn biografie las ik over zijn abortusstandpunt: “soms zijn die vrouwen inderdaad in zeer nijpende en schrijnende situaties en dan is helaas abortus onontkoombaar.” Over de Molukse gijzelingsacties: “Mild straffen is altijd beter dan streng straffen.”
Bij iedere bladzijde die ik omsloeg, veranderde mijn beeld. Van Agt bleef die eigengereide man, maar wel in combinatie met een vrije geest; iemand met een zwak voor de onderdrukten. Hoewel hij nauwelijks van zijn eigen standpunt afweek, luisterde hij wel, met doordringende blik en gevouwen handen, naar zijn tegenspeler. Ik besloot hem op dezelfde manier te benaderen.
Bij mijn eerste vraag over zijn geboortegrond raakte hij ontroerd. Met zijn lange smalle vingers rustend op zijn revers, begon hij te vertellen, soms ineens opspringend als hij een bekend gezicht van vroeger herkende.
Echt alles mocht ik vragen en op iedere vraag gaf hij een eerlijk antwoord. Hij maakte grapjes, liet stiltes vallen, maar legde ook genuanceerd uit hoe zijn pro-Israëlische houding was omgeslagen in een pro Palestijnse. Een schrijnend verhaal over een Palestijnse jongen die zijn tentamen niet kon maken, omdat Israëlische soldaten hem diep vernederden bij een checkpoint, ontroerde mij ook.
Er ontspon zich iets moois; tussen mij en die oude minister president. Het verspreidde zich over de zaal. Het was muisstil, op die zondag in januari en ik vroeg me af waarom ik die man nooit eerder zo had leren kennen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten