“Dit is mijn eerste film die ik niet compleet haat,” zegt Aki Kaurismäki, de Finse regisseur van Le Havre in een interview met de Volkskrant. Een vreemde uitspraak, maar als je als Fin in staat bent om zo’n Franse film te regisseren, roept dat ook enig wenkbrauwfronsen op.
Le Havre is zo Frans als Frankrijk kan zijn; het is een ode aan de wijn, de prachtige taal, Le Renault douze, het cliché van de accordeon; er hangt een sfeer die alleen een Franse havenstad uit kan ademen; de Normandische invasie heeft er zijn sporen nagelaten.
Marcel Marx is een schoenenpoetser, die bij toeval in contact komt met een Afrikaanse bootvluchteling, van wie de hele familie is opgepakt. Heel Le Havre is op zoek naar deze jongen; de krant schrijft zelfs over mogelijke contacten met Al Qaida. Marcel neemt deze jongen, Idrissa, bij hem in huis, terwijl zijn vrouw zojuist is opgenomen in het ziekenhuis met een ernstige ziekte. Deze vrouw speelt een typische rol, opvallend; als kijker is het lastig sympathie voor haar te krijgen. Ze acteert op z’n zachtst gezegd vreemd, maakt een karikatuur van haar personage. Marcel kan zonder haar niet bestaan, denkt ze, en daarom verzwijgt ze haar ernstige ziekte.
Marcel blijkt wel degelijk in staat om Idrissa te verstoppen voor de politie, hem eten te geven en geld op te halen om zijn geheime overtocht naar Londen, waar zijn moeder woont, te regelen. Dit doet hij met hulp van zijn buren, de bakker, de groenteboer, maar ook met een aantal vrienden uit café Le Moderne waar Marcel zijn dagelijkse glaasje wijn drinkt.
Ook Marcels vrienden spelen een stereotype rol, de bakkersvrouw, de groenteboer, en ook de overbuurman die Marcel erbij lapt door de verblijfplaats van Idrissa te verklappen. Deze laatste scène oogt als een humoristische politiefilm. De regisseur lijkt goed en slecht wel heel duidelijk te willen onderscheiden, ook de inspecteur, belast met het onderzoek heeft iets weg van inspecteur Clouseau uit The Pink Panther. De slapstickachtige scènes zetten je op het verkeerde been. Een complex immigratieprobleem wordt met humor en eenvoudige relaties in een idyllisch stadje verteld als een kinderverhaal (het deed me denken aan Q en Q, een kinderdetective uit de jaren 70) waar overduidelijk is wie slecht is en wie goed. Zelfs aan het einde blijft er ruimte voor een “miracle”.
Als je zin hebt in een Frans sprookje moet je zeker gaan kijken, als je een echt menselijk drama verwacht, kun je beter naar een andere film gaan. Het drama zit in geen enkel personage, de regisseur heeft waarschijnlijk het liefst dat je erom blijft lachen of dat je de menselijke emotie van dit verhaal voor je eigen rekening neemt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten