donderdag 3 oktober 2013

Nogal privé



Ze zocht steun bij de voordeur toen de jongen, die zojuist had aangebeld, zijn ogen opsloeg. Zijn aarzelende blik kwam haar opdringerig over, terwijl hij dat vast niet zo bedoelde. Ze kreeg de neiging om zijn hand te pakken, maar vreesde dat hij dan weg zou lopen. In plaats daarvan keek ze recht in zijn groene ogen.
Zijn schouders kromden zich naar elkaar toe. Hij wilde iets zeggen, maar kwam niet uit zijn woorden.
Terwijl ze haar handen om de deurpost klemde, vroeg ze: ‘Gaat het?’
Zijn oogleden trilden.
‘Waarvoor kom je?’
Blozend hapte hij naar adem en zei: ‘Is uw man misschien thuis?’

vrijdag 22 juni 2012

Rinus



De kamer is groot genoeg, zeker als bewegen je moeilijk afgaat. Toch lonkt Rinus’ blik regelmatig naar buiten, naar de balustrade waar twee vogeltjes zich te goed doen aan de pinda’s en zaden in een voederbak. Hij bekijkt het tafereel vanaf zijn bank, in gemakkelijk zittende kleding. Lange slanke vingers liggen op zijn onderarmen, die hij voor zijn buik gevouwen houdt. Hij strijkt door zijn witte haren, duwt ze plat tegen zijn hoofd, maar een donzige pluk blijft rechtop staan.
Vanaf de vijfde verdieping heeft hij uitzicht over de plek waar een deel van zijn vorige leven zich heeft afgespeeld. In de donkerrode flat, enkele honderden meters verderop, wonen zijn twee volwassen zonen. Op de familiefoto staan ze, samen met zijn dochter. Vooraan twee kleinzonen; voetballiefhebbers.
Hij kijkt alle wedstrijden. ‘Als het maar een mooie wedstrijd is.’ En die praatprogramma’s? Zijn ogen glimmen. ‘Ik heb nu een kastje waardoor ik alle Europese wedstrijden kan zien. En als PSV speelt, komt de buurman.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik vind het best.’
Hij recht zijn rug zodat de tekenaar hem goed kan portretteren. Zijn ranke handen zoeken houvast op zijn grijze trui. Vanaf de overkant van de rondweg tuurt de donkerrode flat naar het schouwspel, alsof de zonen glimlachend toekijken. Rinus wijst naar de muur. ‘Op die foto was ik tachtig, nu zijn we vier jaar verder.’
Twee mussen vechten om een pinda. ‘Zijn het mussen? De buurman zegt dat het mezen zijn.’

maandag 21 mei 2012

Intrigerende blik die je niet meer los laat



Anders, een jongeman van begin dertig, heeft lange tijd doorgebracht in een kliniek om van zijn verslavingen en depressies af te komen. Gedurende de laatste twee weken van zijn behandeling mag hij de kliniek verlaten om in het centrum van Oslo een sollicitatiegesprek te voeren. In de komende 24 uur volgen we Anders van heel dichtbij. We zien de reacties van zijn vrienden, familie als hun ooit verslaafde vriend op de stoep staat. Hoe reageren zij als blijkt dat Anders zich onzeker voelt over de stap naar een nieuw leven?

Het magische van deze film is dat je als kijker deel gaat uitmaken van de emoties en gedachten die Anders ondergaat als hij de mensen ontmoet die ooit voor hem zo belangrijk voor waren.

zaterdag 19 mei 2012

Emotionele naaktheid



Een jonge vrouw verlaat een huis. Ze rent door een bos, verstopt zich voor haar achtervolgers. ‘Marcy May…’ Voetstappen, gaat het haar lukken? In de volgende scene eet ze in een wegrestaurant. Gehaast, voortdurend om zich heen kijkend. Een jongen komt binnen, hij kust haar, maar laat haar uiteindelijk gaan. Dan belt ze iemand op, ze heeft geen idee waar ze zich bevindt.

Vanaf de eerste minuten voel je je als toeschouwer met deze vrouw verbonden. Zonder dat je weet waarom, snap je dat deze vrouw moet vluchten. Dat een film je al in die eerste minuten zo weet te pakken, slechts door te suggereren, is knap. Vooral het zachte zoemen, de jankende motor van een motorboot, het klotsen van het water geven de scènes sfeer. In flashbacks wordt verteld wat er is gebeurd, traag en in beelden. De betekenis mag je zelf invullen. Soms gaat dat irriteren.

donderdag 12 april 2012

Ze is in het wachten geboren


Geeske is een vissersvrouw. Vanaf haar huisje, boven aan de zeereep van een eiland tuurt zij over de zee en wacht iedere avond op haar man Johannes. In het tweede hoofdstuk, Zonsondergang, wordt duidelijk dat Johannes al enkele avonden niet is thuisgekomen. ‘Ze ademt diep in. Het zout dringt door tot in haar longen. Ze schraapt haar keel en slikt haar speeksel weg.’
In het eerste hoofdstuk, Doodtij (alle hoofdstukken hebben prachtige titels), maken we kennis met Gezientje, een vrouw die van het vasteland, de overkant, naar het eiland probeert te komen.
De zintuiglijke en poëtische taal van Bremmer geeft de lezer al snel het gevoel hoe graag Geeske haar man thuiskomen.

maandag 26 maart 2012

Een film waarvoor film bedoeld is


De totaal verlamde en aan een rolstoelgekluisterde miljonair Philippe woont midden in Parijs in een kast van een huis. Streng en strak geregisseerd kun je de hulp voor deze zorgbehoevende man wel noemen. Als Philippe op zoek gaat naar de zoveelste verzorger krijgt hij de jonge Senegalees Driss voor zich, die alleen maar uit is op een handtekening om een uitkering aan te kunnen vragen.
De klassieke opgevoede Philippe, die geen arm of been kan bewegen neemt de onstuimige, spontane, maar ook criminele neger uit een van de Franse banlieus aan als zijn persoonlijke verzorger. 
Een Hollywood kaskraker is geboren

zondag 11 maart 2012

Dat andere is een kleinigheid. Het is ons geheimpje.


Matthijs Kleyn is televisiemaker; de hoofdpersoon is dat ook. Op de achterflap schrijft Paul de Leeuw: ‘Vita leest als een tierelier. Na het lezen heb je het gevoel dat je er twee vrienden bij hebt. Een in je hart, een in je ziel.’ Dat is een waar compliment, maar de vraag is of je daar als debuterend schrijver blij mee moet zijn.
De roman Vita gaat over het begin en het einde van de relatie tussen Hylke Moorman en het mysterieuze meisje Vita met wie hij voor het eerst gelukkig is. Dat geluk spat van de pagina’s af en daarin weet de schrijver absoluut te overtuigen.

zondag 5 februari 2012

Wie neemt de menselijke emotie voor zijn rekening?


“Dit is mijn eerste film die ik niet compleet haat,” zegt Aki Kaurismäki, de Finse regisseur van Le Havre in een interview met de Volkskrant. Een vreemde uitspraak, maar als je als Fin in staat bent om zo’n Franse film te regisseren, roept dat ook enig wenkbrauwfronsen op.
Le Havre is zo Frans als Frankrijk kan zijn; het is een ode aan de wijn, de prachtige taal, Le Renault douze, het cliché van de accordeon; er hangt een sfeer die alleen een Franse havenstad uit kan ademen; de Normandische invasie heeft er zijn sporen nagelaten.

vrijdag 20 januari 2012

Dan worden kunst en leven een...


Soms sla je een roman dicht en merk je bewust op dat je door het lezen rijker bent geworden. Je hebt een tijdlang meegeleefd met een aantal personages die door hun belevenissen of door de tijd waarin ze leefden jou als lezer iets hebben geleerd. Dat is absoluut het geval als je ‘Het grote zwijgen’ van Erik Menkveld tot je hebt genomen. Er ontstaat zelfs een verlangen om nog meer te weten te komen over de twee hoofdpersonen: de componisten Alphons Diepenbrock en Matthijs Vermeulen.

zaterdag 10 december 2011

Lachend naar adem happen.


In Brooklynpark, gelegen in New York, slaat de elfjarige Zachary met een stok tegen het hoofd van de even oude Ethan. Gevolg: twee tanden eruit en een dikke lip. De ouders van beide jongens, Penelope en Michael (Jodie Foster en John C. Reilly) en Alan en Nancy (Kate Winslet en Christopher Waltz) komen bij elkaar om de zaak bij te leggen.
De hele film speelt zich af in een appartement in New York, de stad waar de Verenigde Naties zijn gehuisvest, de stad waar zoveel verschillende nationaliteiten al eeuwen in vrede met elkaar samenleven. Als de hele wereld daar bijeenkomt om resoluties te bedenken die verder bloedvergieten zullen tegengaan, dan moeten deze verstandige ouders dit dispuut ook zonder een noemenswaardig conflict af kunnen handelen. Ze willen toch een voorbeeld zijn voor hun eigen zonen?

vrijdag 25 november 2011

Onweerstaanbaar straatschoffie


Billy Casper, de hoofdpersoon in de Engelse cultclassic ‘Kes’ uit 1969 van regisseur Ken Loach, is een straatschoffie. Vroeg in de ochtend brengt hij kranten rond en pikt melk en eieren van de melkboer. Voor de politie is hij geen onbekende. Op school kan hij niet stilzitten en maakt hij de leraren gek met zijn dromerige gedrag en zijn grote bek. Al in de eerste scene word je smoorverliefd op deze vijftienjarige knul, gespeeld door David Bradley, die gewoon in Barnsley op school zat en dankzij deze film later acteur is geworden.

vrijdag 4 november 2011

Hors Satan



Voor een publiek dat het prettig vindt om uitgedaagd te worden

Het waait in het Noord-Franse duinlandschap. Het geluid van de wind, de briesende klanken vormen een personage op zich, een personage dat binnendringt in je gehoor. Een man loopt door het woeste landschap, hij zakt door zijn knieën en bidt. Dan loopt hij verder. Wie is hij? Geruis van bladeren.
Iedere ochtend klopt hij op een deur. Een jonge vrouw doet open en geeft hem twee boterhammen, soms neemt ze zijn was aan of overhandigt hem de schone was. De vrouw lijkt naar hem te verlangen, vraagt of hij haar wil kussen. Hij prefereert een kameraadschap, met haar kan hij door de natuur struinen. Duinen, bossen, uitgestrekte open vlaktes, maar ook struikgewas waar hij zich kan verstoppen, moeras en vennen. Hors Satan trekt je op een dwingende wijze de natuur in. De film plaatst de kijker in stille beelden, stillevens van de natuur.

vrijdag 7 oktober 2011

Met losse eindjes gedachten aan elkaar knopen



In de tweede lezing over schrijven, gebundeld in ‘Aanvallend spel’ schrijft Thomas Roosenboom dat het literaire personage een strevend personage is. Op pagina 33 staat: ‘In een goede roman veroorzaakt het streven van de hoofdpersoon altijd een strijd, speelt zich een wedstrijd af, en daarom kost het geen enkele moeite zo’n boek uit te lezen.’
Deel 1 van Mathijsens debuut heeft als titel: ‘Waarin Carmen Chris voor het eerst ziet.’ Het is de eerste zin die de lezer leest, en waar een belofte in schuilt. Die belofte wordt echter pas ingelost op pagina 71. Dat is niet zo heel erg, want een geoefende lezer kan dat verlangen best uitstellen, maar dan hoopt hij dat die eerste 70 pagina’s opbouwen naar die ene ontmoeting.

maandag 4 juli 2011

De man in de sneeuw

Aan de voet van een berg, hartje winter, ligt een man uitgestrekt in de sneeuw. Zijn zwarte kleren steken scherp af tegen de witte vlakte. Zijn linkerarm ligt uitgestrekt naast zijn lichaam. Zijn mond is een brede streep, alsof hij toch nog iets wilde zeggen. Een hoed is van zijn hoofd gewaaid.
Van een afstand kijken twee mannen zwijgend toe. Zij dragen dezelfde hoed als die van de man in de sneeuw.
De lange man steekt zijn handen in zijn zakken en schraapt zijn keel. ‘Eindelijk, gevonden.’

zondag 19 juni 2011

Je blijft


Dora Eweg, de hoofdpersoon in Anna Drijvers romandebuut ‘Je blijft’, is 25 jaar en heeft zojuist haar studie Nederlands afgerond. Sinds het begin van haar studie maakt ze deel uit van een groep vrienden die elkaar regelmatig ontmoet bij een beeld van Picasso in het Vondelpark. Een van hen is Daaf op wie ze verliefd wordt.
Al haar vrienden zijn op zoek naar een baan en nemen daarmee afscheid van hun studietijd. ‘We wilden allemaal schrijven, of lezen, maar wisten niet precies waar we moesten beginnen of wat we wilden.’
Deze zin is kenmerkend voor het hele boek, want soms lijkt Drijver ook niet precies te weten waar ze moet beginnen of wat ze met haar verhaal wil. Zo is de roman bij vlagen een roman voor volwassenen, dan weer young adult, maar soms heeft het ook de stijl van een heus kinderboek.

vrijdag 20 mei 2011

De vrijwilligster


‘De roman is een intieme vorm, het verhaal speelt zich af tussen individuen,’ zei Ian McEwan onlangs op de Nederlandse televisie. ‘Het onderwerp kan wringen met het mondiale probleem dat erachter ligt.’
Hij zei dit over zijn roman Solar, maar het zou ook op kunnen gaan voor Antje Vissers debuut ‘De vrijwilligster’.
Hoewel de omslag en de titel niet echt uitnodigend zijn, is de taal van Visser dat wel! Het is Visser gelukt om de lezer een ontroerend en bij vlagen spannend verhaal in te trekken. Ze schrijft dwingend. Vanaf de eerste pagina’s raak je betrokken bij de vriendschap tussen Nuray, een jonge Turkse importbruid, en de Nederlandse sociologiestudente Willemijn, die als vrijwilligster Nuray Nederlands gaat leren spreken.

zondag 3 april 2011

Dansen op asfalt

[Dit is een recensie, geschreven voor www.literairedebuten.nl]

Dansen op asfalt gaat over drie hoofdpersonages: Giselle, Gideon en Ruben, die later een driehoeksverhouding zullen krijgen. We volgen de drie levens in vijf bedrijven, vanaf 1973 tot aan 1989; de neergang van de Berlijnse muur. Als Giselle op negentienjarige haar verslaafde moeder ontvlucht, raakt zij snel daarna zwanger. Alexis, haar zoon, verdrinkt op vierjarige leeftijd als hij achter in de auto zit bij de onder invloed zijnde moeder van Giselle.
De vader van Misja pleegt zelfmoord voor zijn ogen. Misja begint pas weer met praten als hij jaren later de naam Gideon aanneemt.
Rubens vader is een van de leerkrachten die gegijzeld wordt in de school in Bovensmilde. Terwijl de treinkapers bij de Punt worden bevrijd, zit Ruben voor de (verboden) televisie te wachten of zijn vader ook die dag wordt vrij gelaten. Op twaalfjarige leeftijd ontvlucht ook hij de druk van zijn strenggereformeerde ouders.
Drie heftige verhalen, maar daar laat Prinsen Geerligs het niet bij.

dinsdag 1 maart 2011

Eric Cantona


Eric Cantona was ooit sterspeler van Manchester United. Wereldberoemd werd hij vanwege zijn kung fu kick aan een voetbalsupporter van Chrystal Palace. Jammer genoeg bestond er nog geen Youtube.
Jaren later kreeg hij weer zin om een doodschop uit te delen; nu aan de financiële wereld. Met deze actie wilde hij bereiken dat alle banken wereldwijd lamgelegd zouden worden. Op die manier zou er een wereldwijde revolutie worden ontketend. “De banken zijn verantwoordelijk voor alle financiële problemen in de wereld,” zei Cantona in Le Presse Océandus.
Dus deed hij een Pieter Lakemanimitatie, maar zoals het een echte topsporter betaamt, wel met een overtreffende trap. Cantona had zin om weer wereldwijd op televisie verschijnen, sociale media zouden plat gaan. 7 december 2010: Cantonaday! 


donderdag 8 april 2010

I cantanti sono



De dirigent stapte als laatste de bus in. Hij gaf de buschauffeur een vriendschappelijke klap op zijn schouder en riep: ‘Alla Italia!’ Zijn koor klapte en joelde. Met een eenvoudig gebaar maande hij ze tot stilte. Terwijl de bus begon te rijden, haalde hij een gedeukte snoeptrommel uit zijn rugzak en deelde keelsnoepjes uit. ‘Niet teveel kletsen onderweg,’ zei hij. ‘We moeten de stem sparen.’
Terwijl de weilanden voorbij gleden en overgingen in dicht beboste heuvels en de chauffeur in een lagere versnelling de Alpen doorkruiste, spreidde de dirigent al zijn partituren uit over de achterbank. Hij ging er midden tussenin zitten en pakte de bovenste van de eerste stapel. Zijn blik dwaalde over de noten en terwijl de melodie zich afspeelde in zijn hoofd bedacht hij of deze een plekje zou krijgen in het repertoire van het aanstaande jubileumconcert.
Toen de zon onderging en de hemel roze kleurde, oefenden de alten hun partij. Al snel werden ze bijgestaan door de sopranen. Aangestoken door de vrouwen neurieden de tenoren en de bassen mee; hun stemmen smolten samen met het zachte brommen van de bus. De dirigent spitste zijn oren en kon zich voorstellen waarom zijn koor door de allerbeste componist van het land van de opera’s was uitgenodigd.

donderdag 25 februari 2010

Boksen met verstand



De wereldstad was schreeuwerig en vol. Iedere stoeptegel werd bezet door een designschoen of afgetrapte gymp. Aan de kleding te zien gingen de meesten naar hun werk of opleiding.
Hij viel meteen op. Niet door de gouden knopen van zijn postbodejas of door de passen die hij zo weloverwogen nam. Ook niet door zijn krullen die de schepper meesterlijk rond zijn hoofd had gedrapeerd. Het waren zijn lichtblauwe ogen, verstopt achter een rechthoekige hoornen bril, die alle aandacht op zich wisten te richten. Toen hij in de gaten kreeg dat ik hem observeerde, glimlachte hij als een twaalfjarige jongen die voor het eerst zonder ouders op vakantie was.
Ik liet de frisse wind door mijn haren waaien en terwijl ik de riem van mijn versleten canvas schoudertas vastpakte, wierp een blik omhoog naar de imposante wolkenkrabbers. Ze keken oogluikend toe hoe ik mezelf oefende in het beet pakken van zijn hand. Nog vijf stappen schatte ik, en ik telde af: vier, drie…
Mijn schouderriem brak, de tas plofte op de grond. Ik moest bukken. Twee, een… Zijn cognackleurige schoenen passeerden mijn hand. Hield hij in? Ik sloeg mijn ogen op, onze blikken kruisten elkaar. Hij aarzelde even, maar passeerde. In het voorbijgaan draaide hij zich om. Ik schudde mijn hoofd, hij haalde verontschuldigend zijn schouders op. Verdomme, gemiste kans. Ik knoopte de twee tassenhengsels provisorisch aan elkaar, rechtte mijn rug en vervolgde mijn weg naar een volgende toevallige ontmoeting.
Twee straten tikte er iemand op mijn schouder. Ik draaide mijn hoofd over mijn schouder.
‘Wilt u mij de eer verlenen om u te verwennen met een caffè latte?’ Op gepaste afstand bleef hij staan. Hij frunnikte aan de bovenste knoop.
Ik stak mijn hand uit. ‘Als het zonder latte mag, bijzonder graag.’
Het woordje ‘graag’ beviel hem, maar hij negeerde mijn hand. ‘Geef mij uw tas, bij mij is hij veilig.’
Automatisch reikte ik mijn hele bezit naar voren, het verdween onder de oksel van zijn rechterarm. Zijn krullen dansten, zijn schoenen kraakten, alsof hij ze die ochtend gekocht had. Ik volgde hem, hij ging een Starbucks binnen.
Terwijl ik een plaatsje bij het raam zocht, bestelde hij de koffie. Toen ik keek waar hij bleef zag ik dat hij twee caffè latte op een lege tafel achter in de zaak zette. Mijn tas legde hij precies in het midden. verbaasd stond ik op, liep zijn kant uit en ging op de stoel recht tegenover hem zitten. Hij reikte mij de koffiebeker aan en knipoogde. Ik doopte mijn wijsvinger in het schuim en stopte hem in mijn mond. ‘Ik ben allergisch voor latte.’
Hij grijnsde.
‘Het gaat jeuken over mijn hele lijf.’
‘Wat doet een mooie vrouw voor het eerst in deze wereldstad?’ vroeg hij.
‘Wat bedoel je met voor het eerst?’
‘Dat kan ik zien aan uw armoedige tas, en ook aan u als ik heel eerlijk ben.’
‘Oh, ja?’ Ik lepelde het schuim van mijn koffie en schepte het in zijn mok. Een druppel viel op de tas.
‘Uw ontwapening.’ Hij legde zijn vlakke hand boven op zijn koffiebeker.
Ik nam een eerste slok van mijn koffie, hield mijn lippen onder het schuim zodat ik zo weinig mogelijk melk binnen zou krijgen en herinnerde mij het verhaal van een vriend, die zijn studiegenoot uitlegde hoe hij een vrouw zo goed mogelijk oraal kon bevredigen. “Denk aan een cappuccino van Starbucks, als je met je hoofd tussen haar benen duikt,” had hij gezegd. “Lik met het uiterste puntje van je tong de vlokjes cacao eraf zonder het schuim aan te raken.” Ik glimlachte inwendig en keek mijn tafelgenoot doordringend aan. ‘Staan jouw wapens altijd op scherp?’ vroeg ik.
‘Altijd.’ Zijn stem haperde geen moment.
‘Zelfs nu?’ Ik trok mijn tas van tafel alsof het mijn kind was dat op het verkeerde moment om aandacht vroeg, schoof mijn stoel dichter tegen de tafel en boog me iets voorover.
Nippend aan zijn koffie deinsde hij achteruit.
‘Moet je niet naar je werk?’ vroeg ik.
‘Ik begin wanneer ik wil.’
‘Eigen baas?’
‘Overal en altijd eigen baas.’ Hij ademde diep in.
‘Baas waarvan?’
‘Boksschool,’ zei hij.
‘Aha, je bent een vechter.’
‘U bevindt zich tegenover een bokser met verstand.’ Hij klopte met zijn knokkels op zijn hoofd.
‘Mmmm...’ Ik staarde hem aan, hij knipperde met zijn ogen. Ik haakte een pluk haar achter mijn oor, balde mijn vuist en stak hem in slow motion recht naar voren.
Hij duwde mijn hand opzij en veerde op. ‘Ik boks nooit tegen vrouwen.’
Ik trok mijn wenkbrauwen op. ‘Bang dat je verliest?’
Hij verstijfde en mompelde: ‘Sorry, wilt u mij even excuseren?’
‘Moet je nu al weg?’
‘Ja, eh, sorry, ik ben zo terug.’
Ik zwaaide hem na toen hij de straat overstak. Misschien ben ik té ontwapenend en ik liet mijn blik door de ruimte dwalen. Ik stak mijn hand op: ‘Two jamdonuts, please, and a black coffee?’

De bokser keerde niet terug. Zijn verstand kon er waarschijnlijk niet tegen. Ik stond op, stopte de donuts in mijn tas en liep de drukke straat op. Bij de eerstvolgende kruising leunde ik tegen een lantaarnpaal en stak een sigaret op. Ik sloot mijn ogen en liet de rook tussen mijn lippen naar buiten dwarrelen. De geluiden van de stad drongen zich aan mij op. De neonverlichte reclame knipperde door mijn oogleden, voetstappen marcheerden door mijn hoofd.
Het eerste wat ik zag toen ik mijn ogen weer opende waren zes glimmende postbodeknopen. Ze draaiden zich van me af, ik aarzelde niet en zette een achtervolging in. De bokser haastte zich ondertussen naar de overkant van de straat. De tas bungelde op mijn rug terwijl ik hem achtervolgde. Twee stoplichten verder stapte hij een gebouw binnen. De deur viel traag in het slot waardoor ik de kans kreeg om mijn voet ertussen te zetten. Net voordat ik mijn lichaam tussen de deur en het kozijn wrong viel mijn oog op een witmetalen plaat. In bloedrode letters stond er: Boxing, battle your brain.
Langs een steile trap klom ik omhoog. Bovenaan legde ik mijn hand op de deurklink. Kon ik dit wel maken? Ik schakelde mijn verstand uit en drukte de klink omlaag. Ik kwam in een ruimte, twee klaslokalen groot, leeg en stil. De wanden, de vloer, ook de ramen waren bedekt met een ruitpatroon van witte en blauwe matten. Een geïsoleerde sportzaal, afgesloten van de buitenwereld. In het midden bevond zich, een meter hoger, een boksring. Ik omklemde de dikke zwarte touwen en liet ze vieren. Ze waren inderdaad zo elastisch als op tv.
In een hoek stond een rek met tientallen bokshandschoenen die smeekten om aangeraakt te worden. Ik liet mijn tas op de grond vallen, deed mijn jas uit en schoof mijn handen in twee felrode gebalde vuisten. De binnenkant was nog warm. Met mijn tanden trok ik het klittenband om haar polsen. Ik maakte huppende bokspasjes en hield ondertussen de handschoenen voor mijn gezicht in beweging. Op een korte felle uitademing sloeg ik een rechtse directe. Met mijn linkervoet kickte ik recht vooruit.
Hoezo battle your brain? Mijn opgekropte agressie vocht zich een weg naar buiten. Ik hijgde en blies mijn adem hard uit.
Achter mij ging een deur open. Met de bokshandschoenen voor mijn gezicht draaide ik me om. Daar stond de bokser met verstand: een grote boksersbroek fladderde om zijn magere benen. Zijn blauwe ogen waren naakt. Met een sierlijk voetenwerk, ook gejat van televisie, danste ik naar hem toe. ‘Ik daag je uit, bokser met verstand.’
Hij bleef stokstijf staan, een strakke blik. ‘Waarom hebt u niet op mij gewacht?’
‘Ik dacht dat ik je iets te snel had ontwapend, dat je je definitief had teruggetrokken.’ Met kleine sprongen hupte ik dichterbij. ‘Hé, meneertje bokser met verstand…’ Ik gromde als een krolse poes. ‘Let’s do the battle.’ Ik sprong en gaf hem een rechtse stoot, die hij afweerde met zijn onderarm.
‘Het spijt me voor u,’ zei hij. ‘Ik vecht nooit tegen vrouwen.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik altijd verlies.’
‘Flauwe smoes, ik wil je best laten winnen.’
Met een onbewogen blik liep hij naar het midden van de zaal. Ik hupte om hem heen en gluurde tussen mijn bokshandschoenen door. Hij gaf geen krimp.
‘Je was helemaal niet van plan om terug te komen, hè?’ Ik hijgde.
Hij raapte mijn jas op en hield hem voor mij open. ‘Het was mij een waar genoegen kennis met u te maken.’ Zijn lippen trilden.
Ik liet mijn bokshandschoenen langs mijn lijf zakken. ‘Ze passen niet in de mouwen.’
Hij hing mijn jas over zijn onderarm, zette een stap dichterbij en rukte het klittenband los alsof het een pleister was die zich aan mijn huid had vastgekleefd.
‘Au,’ lachte ik.
Hij trok met zijn linker mondhoek. ‘Verlaat dit pand!’ Zijn stem sloeg over.
‘Ik ga al.’
‘Ik had u niet aan moeten spreken,’ zei hij. ‘Mijn excuses.’
‘Jammer,’ zei ik. ‘Op het eerste gezicht leek je me zo… zo onverstandig.’
‘U!’ Zijn blote voet kletste op de mat.
Ik verbeet mijn lach.
Hij smeet mijn jas op de grond. ‘U lacht me uit.’
‘En jij stelt je aan.’
‘U!’ Hij nam een aanloop, sprong en landde boven op mijn tas. De donuts ontploften.
‘Mijn tas!’ Ik pakte hem op en rende naar buiten. Ik sloeg rechtsaf en gaf mijn tas een bemoedigend klopje. Ik liep haastig verder, mijn vingers plakten. Ik hield ze voor mijn ogen, het was de jam van de donuts. Ik stopte en liet mijn tas naar voren bungelen. Krinkeltjes rode vloeistof drongen door de stof heen.